Gertje heeft een moto van een goeie vriend geleend,
er hangt een wagentje aan vast, dus jij mag met me mee.
We hebben alle twee al onze helm opgezet,
we geven gas en rijden door, het lijkt wel een raket.
Ik rijd voorbij Marleine en die is zo fier op mij,
want Jean Louis Michel op de wereld heeft een moto zoals wij.
En ook Albert, die is helemaal groen van jaloezie,
’t is jammer maar er is geen plaats voor drie.
Samen op de moto, samen op de moo-to,
we gaan omhoog, we gaan omlaag;
we rijden vlug, we rijden samen op de mooooo-to.
Samen op de moto, samen op de moo-to,
we gaan omhoog, we gaan omlaag;
we rijden vlug, we rijden samen op de mooooo-to
Met de trein naar Oostende
Met de trein naar Oostende Tjoeke Tjoeke Tuut
Want daar woont mijn hartendief Tjoeke Tjoeke Tuut Tuut
Die me weken lang verwende Tjoeke Tjoeke Tuut
Daarom werd ze ook mijn lief
Het was een lange hete zomer, in Oostende op het strand
Ik was romantisch, echt een dromer
Maar ik was vooral verbrand
Ze kwam mij redden van mijn pijnen, Wat heeft zij mij toen geleerd.
Dat ik niet zo weg zou Kwijnen, Als ik mij maar had ingesmeerd.
Met de trein naar Oostende Tjoeke Tjoeke Tuut
Want daar woont mijn hartendief Tjoeke Tjoeke Tuut Tuut
Die me weken lang verwende Tjoeke Tjoeke Tuut
Daarom werd ze ook mijn lief
Met de trein naar Oostende Tjoeke Tjoeke Tuut
Want daar woont mijn hartendief Tjoeke Tjoeke Tuut Tuut
Die me weken lang verwende Tjoeke Tjoeke Tuut
Daarom werd ze ook mijn lief
Opzij Opzij Opzij
Opzij, opzij, opzij! Maak plaats, maak plaats, maak plaats!
Wij hebben onge- felijke haast.
Opzij, opzij, opzij! Want wij zijn haast te laat.
Wij hebben maar een paar minuten tijd.
We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan
We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan.
Een andere keer misschien, dan blijven we wel slapen,
en kunnen dan mis- schien als het echt moet,
wat over koetjes, voetbal – en de lotto praten.
Nou dag, tot ziens, a- dieu, het ga je goed.
We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan
We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan.
Opzij, opzij, opzij! Maak plaats, maak plaats, maak plaats!
Wij hebben onge- felijke haast.
Opzij, opzij, opzij! Want wij zijn haast te laat.
Wij hebben maar een paar minuten tijd.
We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan
We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan.
Een andere keer misschien !

Recente reacties